Els Keymeulen trok op humanitaire missie naar Moldavië
Een eyeopener, een moment van voeten-op-de-grond, een glimp van een wereld dichtbij, maar mijlenver af van die van ons: onze hoofdredacteur trok op humanitaire missie met Uniqlo, en dat is haar niet in de koude kleren gaan zitten.
Laat ik misschien uitzonderlijk beginnen met de conclusie van dit verhaal: er is niet altijd hoop, niet elke wolk heeft een zilveren randje en ‘het’ komt niet noodzakelijk goed. Met die gedachte zal ik naar huis vertrekken, na achtenveertig uur in het armste land van Europa, Moldavië. En toch is mijn hart warm en vol, ontroerd door de veerkracht en de levenslust van de vrouwen en kinderen die op die paar dagen mijn pad zijn gekruist. Het startte met een vrij ongewone persuitnodiging: ik mocht (als eerste, en enige journalist) mee op humanitaire missie met Japanse retailer Uniqlo. Je kent het merk van z’n wereldbefaamde heattech, van z’n samenwerkingen met JW Anderson en Roger Federer, van z’n basics die in elke kleerkast passen maar nooit de aandacht opeisen. Het bedrijf focust op ‘LifeWear’; door mezelf altijd eenzijdig geïnterpreteerd als ingenieus ontworpen, praktische kledij om het leven beter te maken. Een isolerend T-shirt; een oprolbare donsjas: doordacht en functioneel, zoiets. Uniqlo ziet z’n ‘LifeWear’-filosofie breder en wil niet enkel verkopen, maar ook teruggeven, met name aan mensen in nood. Onder het motto ‘De kracht van kledij’ heeft Uniqlo langlopende partnerships met UNHCR (de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties) en een aantal lokale en regionale ngo’s om vluchtelingen en andere kwetsbare bevolkingsgroepen te ondersteunen. Vandaar Moldavië: een land op amper drie uur vliegen van Brussel, maar waar meer dan een derde van de inwoners leeft in extreme armoede. Het gemiddeld maandloon is er 250 euro; het land heeft een overwegend grijze economie, waardoor een sociaal vangnet onbestaande is. Sinds de oorlog in buurland Oekraïne is de situatie er verder verslechterd: de vele grensgebieden in het land hebben een enorm aantal oorlogsvluchtelingen te slikken gekregen die er in zeer slechte omstandigheden wachten op een mogelijke terugkeer naar hun thuisland. Er is in Moldavië geen infrastructuur voor het opvangen van zoveel vluchtelingen, dus crisishulp is er noodzakelijk en voor vele van de kwetsbare vrouwen en kinderen zelfs van levensbelang. UNHCR heeft er bij de start van de oorlog een crisiscentrum gevestigd van waaruit hulp wordt gecoördineerd en opende er ook een aantal sociale centra voor het begeleiden van vluchtelingen tijdens hun verblijf in Moldavië.
Fleece en Trump
Het is in één zo’n sociaal centrum, 151 in Chișinãu, de hoofdstad, dat de dag begint. Uniqlo zal er een ‘free shop’ openen: een winkeltje met tweedehands Uniqlo-kledij die aangeboden wordt aan Oekraïense vluchtelingen. Wie komt, mag vijf stuks uitkiezen, kan passen en hoeft niet te betalen. Wanneer we arriveren, staan de veelal vrouwelijke shoppers rijen dik aan te schuiven in de gangen – ze komen voor fleecetruien, warme jassen, jeansbroeken. De verantwoordelijke van de free shop vermeldt dat het concept van een winkel heel belangrijk is voor de vluchtelingen: het geeft hen een stuk waardigheid terug; het gevoel dat ze zelf iets te beslissen hebben. Hun dagelijkse realiteit is anders: ze zijn tegen hun wil moeten vertrekken uit Oekraïne; leven van giften en voedselpakketten en kunnen hier voor één keer zelf een keuze maken, al is het maar welke kleur fleece ze willen. Het centrum is meer dan een winkel: er worden lessen Roemeens gegeven – de meeste Oekraïense vluchtelingen spreken Oekraïens of Russisch –, er zijn handwerkklassen, yogalessen, er is een opvangservice voor baby’s en kinderen en er is begeleiding bij praktische zaken als het zoeken naar werk of het regelen van administratie.
‘Mijn hart is warm en vol, ontroerd door de veerkracht en de levenslust van de vrouwen en kinderen die op die paar dagen mijn pad zijn gekruist’
Anne-Marie Deutschlander, verantwoordelijke UNHCR Moldavië: “Wat we hier doen, is crisishulp. Ruim 127.000 Oekraïense vluchtelingen zijn met niets gekomen; veelal betreft het kwetsbare vrouwen, kinderen en bejaarden. Ze kúnnen in deze ijskoude winter niet een warme jas voor hun kinderen kopen; daarvoor zijn ze afhankelijk van giften. Ze spreken de taal niet, dus kunnen ze ook niet werken – meestal lukt dat ook niet door de zorg voor hun kinderen. We bieden eerstelijnshulp, een moment van verstrooiing, en perspectief op een terugkeer of een integratie. Maar we zijn momenteel zeer bezorgd: wereldwijd komt het budget van UNHCR voor 40 procent uit steun vanuit de Verenigde Staten; president Trump stopt met alle humanitaire ondersteuning, dus het wordt inkrimpen en hopen op meer giften van privébedrijven.”
Brits uniform
We rijden naar de rand van de stad, waar een aantal hulporganisaties samen een loods huurt – ter opslag van de vele giften (kledij, maar ook hygiënische producten en zelfs snoep) en als plaats van afspraak voor het maandelijks uitdelen van hulppakketten aan vluchtelingen. Vandaag is zo’n uitdeelmoment: vluchtelingen uit Oekraïne hebben zich vooraf geregistreerd en elk een tijdsslot gekregen. Respect ligt aan de basis van die beslissing: het is ijskoud en grimmig in Moldavië; uren in een rij aanschuiven is in zo’n omstandigheden niet aangewezen. In de aanbieding: Uniqlo heattech, gloednieuw en dus nog in de verpakking, en beschikbaar in verschillende maten en kleuren. Onmisbaar in dit klimaat, zeker wanneer je weet dat de meeste huizen niet geïsoleerd en slecht verwarmd zijn. De regel is één stuk per gezinslid; het valt op dat veel vrouwen vier, soms vijf kinderen hebben; de mannen zijn doorgaans aan het front gebleven, dus de vraag naar mannenkledij is laag. Er is weinig communicatie mogelijk – geen van de vrouwen spreekt Engels – en er lijkt ook weinigte vertellen: de meeste vrouwen haasten zich naar binnen, pikken hun warme kleren op, en vertrekken weer, de koude in. De sfeer is gelaten, ingetogen, maar wel dankbaar: deze warme onderlaagjes zullen straks, als de nacht valt en Moldavië verandert in een ijskoude diepvries, het verschil maken.
De hulpverleners zijn overtuigder dan ooit van hun werk – ze hebben alleen fondsen nodig, sinds Trump nog urgenter dan ervoor
We delen in de loods niet uitsluitend Uniqlo uit: een Britse hulporganisatie, Goods for Good, is er ook, om schooluniformen weg te schenken. De kinderen die schoollopen, krijgen een écht Brits uniformpje mee, in donkerblauw of bordeaux, met wapenschilden van chique Engelse scholen erop. Er zijn ook ballonnen, en zakjes pretzels: sommige kinderen die met hun mama zijn gekomen, hebben onverwachts tóch een fijne namiddag.
Schooltijd
We rijden door, naar een basisschool in Bălăbănești, een armoedig, kaal dorp niet ver van de hoofdstad. Het schooltje ligt er op een braakliggend terrein, zwerfhonden zoeken er naar restjes eten en poezen liggen er in de koude middagzon. De school is oud, het ruikt er naar zweet en slechte verluchting, en het lijkt of de tijd er is blijven stilstaan. Niks van de nieuwe apparaturen die je in moderne scholen vindt; geen computers, wel gammele schoolborden, houten banken. De volledige school heeft zich verzameld in de sportzaal of wat er voor moet doorgaan en de kinderen hebben zich blijkbaar énorm verheugd op onze komst. Vooral lokale kinderen hier, van arme gezinnen – kinderen met weinig kansen, weinig toekomstperspectief. “Niemand komt hier ooit”, zegt de directrice van de school, een oudere vrouw met een streng uiterlijk maar een warm hart. “De kinderen hebben weinig verstrooiing; ze moeten vaak ver stappen van en naar school in de kou, en dit is voor hen écht een mooi moment.” We delen ook hier heattech uit, en chocolade, en krijgen meer dan we verwachtten: knuffels, kleverige snoepjes die opgediept worden uit jaszakken, vele vragen in een taal die we niet spreken. De kinderen zijn uitgelaten, hengelen naar aandacht, en geven de indruk dan wel arm, maar niet diep ongelukkig te zijn. Ze komen hier graag, naar dit gammele schooltje in het midden van nergens, en ze hebben warme leerkrachten – allemaal vrouwen, zover we kunnen inschatten – die het goed met hun voorhebben. Half opgelucht stap ik de minibus in richting volgende afspraak – het huis van een van de schoolkinderen die ik hier heb ontmoet: de ontnuchtering wacht.
Hoop, tegen beter weten in
Het is niet Uniqlo zelf die hier in Moldavië aan scouting doet, en zo achterhaalt waar hulp het meest nodig is. Voor dat veldwerk werken ze hier samen met een lokale organisatie, die in Moldavië is opgericht: Hope4. De hulporganisatie focust op wie die hulp het meest nodig heeft: vluchtelingen, slachtoffers van oorlog en mensenhandel, gezinnen in extreme armoede. Oprichter Chris Lomas en zijn Roemeense vrouw Zoe verhuisden vanuit Londen naar Moldavië en integreerden in de lokale gemeenschap om zo te ontdekken waar hulp het allerdringendst nodig is. Het gezin van een twaalfjarige jongen uit de basisschool is zo’n dringende noodzaak: beide ouders zijn werkloos en alcoholverslaafd; hun twee tienerkinderen zijn zo goed als aan hun lot overgelaten en wonen in een huis die naam niet waardig. We rijden langs om een voedselpakket af te geven, warme kleren, en om – in het geval van Hope4 – te peilen naar de toestand van de ouders. Leefbaar is de situatie al lang niet meer, maar er is in Moldavië geen systeem waarbij kinderen uit een gezin worden gehaald wanneer de situatie zo schrijnend is, en er is ook geen financiële of andere overheidssteun. De jongens leiden ons rond in hun huis, een soort grot met vier muren, een microgolf, een paar matrassen, een televisie. Het toilet – een gat in de grond – is buiten, warm water is er niet. De tuin is een stort van oud ijzer, autobanden en afval, aan een waslijn wapperen wat lakens te drogen, er hangen twee blaffende honden aan een ijzeren ketting. Het is onthutsend, en confronterend: een paar voedselpakketten en een warme trui gaan dit gezin niet redden, en de jongens zijn waarschijnlijk nu al een vogel voor de kat. De sfeer is bedrukt, en ik vind het met name op deze plek verschrikkelijk dat ik niet met de moeder en haar zoons kan communiceren. Ik wil van alles voorstellen: of ik misschien niet een dag kan komen opruimen, die chaos in de tuin en in het huis die symbool staat voor de chaos in haar hoofd; of de kinderen al gegeten hebben – maar meer dan wat beschaamd lachen doe ik niet, en we vertrekken weer. De steen in mijn maag zit er nog lang nadat ik alweer thuis ben.
Origami
Hope4 ondersteunt doorheen Moldavië ook een aantal begeleidingscentra voor arme kinderen; het zijn plekken waar ze na school terechtkunnen om iets te eten, om huiswerk te maken, om te knutselen en te spelen. We bezoeken zo’n kinderdagcentrum in Corjova en brengen naast de gebruikelijke warme kleren en chocolade een écht Japanse activiteit mee: origami. Papier vouwen moet je niet uitleggen, je moet het tónen, dus is dit het perfecte tussendoortje voor wanneer de taalbarrière in de weg zit. De kinderen – tussen 4 en 14 jaar – vouwen allemaal met groot plezier, en je merkt dat dit soort centra gouden werk doet: er is aandacht, er is tijd voor de kinderen en er is eten, speelgoed, een warm huis. We nemen één jongen uit het dagcentrum mee in de auto en brengen hem naar huis – naar een klein vervallen huisje met een douche in de voortuin en een alleenstaande vader die z’n best doet voor zijn twee kinderen, maar ons niet binnenlaat in z’n woning omdat hij te beschaamd is om te tonen hoe het eruitziet. Hope4 wil deze vader aan een vrouw helpen, een moederfiguur voor de kinderen; iemand die in huis kan helpen terwijl hij uit werken gaat. De hulp hier stopt niet bij het schenken van eten en kleren, en dat is mooi. Ik wens die man een goede vrouw, en de kinderen een beter leven – ik weet niet of het erin zit.
Huis met tralies
De laatste stop is de meest heftige: een weeshuis voor kinderen wiens ouders zijn omgekomen of in de gevangenis zitten. Aan de ene kant hebben deze kinderen het beter dan de kinderen uit de gezinnen die ik heb ontmoet: het weeshuis is netjes, met warme kamers en stromend water, met een speelkamer met speelgoed en propere toiletten. Het is een huis zoals wij het kennen, met een tuin met speeltuigen, met gras. Maar het huis is omzoomd met hekwerk, en de grote ijzeren toegangspoort heeft zware sloten. Ik hoor later dat die omheining nodig is: de meeste kinderen proberen hier minstens één keer weg te lopen; weg uit de leefgroep, weg uit het onnatuurlijke ritme van een weeshuis, wég, naar ergens waar het beter is. De kinderen – vijftien, ongeveer, maar moeilijk te tellen in de chaos – zijn van uiteenlopende leeftijden: er is een heel klein, bleek meisje dat vanzelf op mijn schoot komt geklommen om met een pop te spelen, en er is een bijna volwassen jongen met zware stem. Ik maak me zorgen om deze mix; zorgen om het meisje dat zo kwetsbaar is, en zorgen om de jongen, met zijn hormonen in galop. De kinderen zijn geïnteresseerd in wie we zijn, maar tegelijk onverschillig: ze weten dat we niet fundamenteel iets aan hun leven gaan veranderen, en dat we hen niet écht kunnen helpen. Af en toe gebeurt het, zo vertelt een van de verantwoordelijken, dat een kind hier geadopteerd wordt, maar de meeste kinderen zitten hier tot ze achttien zijn. Het is een harde kindertijd, niet in het minst omdat deze kinderen nergens écht thuis zijn. Hier niet, in deze artificiële situatie zonder ouders. En op school niet, waar ze gezien worden als ‘de wezen’, kinderen die er niet helemaal bijhoren, die geen gezin hebben en dus ‘raar’ zijn. Het bezoek is verdrietig, want het is hier dat ik finaal aanvoel dat er ondanks alle goede, uitzonderlijk liefdevolle intenties ten spijt, weinig tot geen hoop is. Het is dweilen met de kraan open, zorgen voor één mooi moment in een verder grauwe winter, hopen op een goeie dag. Het is bewonderenswaardig, wat de hulporganisaties hier elke dag doen. Geven, helpen, luisteren – en weten dat het eten de volgende dag alweer op is, de warme jas alweer te klein. Dit is het échte humanitaire werk, niet de glimmende advertentie waarbij je iets geeft en de ontvanger als bij toverslag ‘genezen’ is van al zijn problemen: dit is hard, en confronterend, maar de hulpverleners waarmee ik op pad ging zijn overtuigder dan ooit van hun werk – ze hebben alleen fondsen nodig, sinds Trump nog urgenter dan ervoor.
‘De kinderen geven de indruk dan wel arm, maar niet diep ongelukkig te zijn’
Eén sprankel hoop om af te sluiten, dan toch: Moldavië is kandidaat om lid te worden van de Europese Unie; een kans die de leefomstandigheden in het land drastisch zou kunnen verbeteren. De pro-Europese president Maia Sandu won eind vorig jaar nipt de verkiezingen van haar pro-Russische opponent, en wil de komende vier jaar het land moderniseren en op de rails krijgen, en klaarmaken voor toetreding tot de EU. Wordt vervolgd.
Zelf helpen?
Hope4.org opereert op het veld in Moldavië en Oekraïne, centraliseert donaties en deelt uit aan vluchtelingen en lokale bevolking. Geld is vooral nodig om gebouwen aan te kunnen kopen en goederen te transporteren. Goodsforgood.org.uk is een Britse hulporganisatie die vitale goederen verzamelt en doneert, van Oekraïne tot Zambia. Op beide websites kun je je aanmelden als vrijwilliger, of geld doneren.